[Vorige: "De Thaise taal (6)"] [Volgende: "Inburgering test"]
12/28/2005: "Een jaar na de tsunami"

Een jaar na de tsunami op Tweede Kerstdag 2004 blijkt de mate waarin de schade in de getroffen gebieden hersteld is en de mate waarin de slachtoffers geholpen zijn, hoewel zeer verschillend, over het algemeen tegen te vallen. Dat valt wel af te leiden uit de vele herdenkings-uitzendingen die we op de tv hebben kunnen zien.
In Thailand is het herstel nog het best verlopen. Het eiland Phuket is grotendeels (in ieder geval voor het oog) in de oude vorm teruggebracht en er is een waarschuwingssysteem voor een eventuele volgende tsunami geïnstalleerd.
Maar voor een deel bedriegt de schijn. In de badplaatsen die op Phuket door toeristen bezocht worden is alle schade nu wel hersteld of voor het oog weggewerkt. Khao Lak (zie de foto bovenaan) is echter nog lang niet in de oude toestand hersteld. De foto werd drie maanden geleden door mij gemaakt, dus hij is niet helemaal actueel. Maar uit wat ik daarna gelezen en gehoord heb is de foto nog behoorlijk actueel.
Toch is Thailand ook vanuit een ander gezichtspunt bekeken het meest voortvarend te werk gegaan. Het land heeft vrij snel verklaard geen buitenlandse hulp nodig te hebben, en de geboden en aanvaarde hulp bestond daar dan ook voornamelijk uit eerste noodhulp en (veel) hulp bij de identificate van de slachtoffers. Die identificatie is daar nu voor een groot deel voltooid.
Tussen de toeristengebieden liggen echter kleine dorpen waar veel minder is gebeurd. Het toerisme moet eerst weer op gang gebracht worden, is de filosofie van de Thaise regering.
Uit gesprekken met de plaatselijke bevolking in Patong (de belangrijkste toeristenplaats op Phuket) heb ik dan ook begrepen dat de getroffen personen zonder onroerend goed dat interessant voor het toerisme is (straatverkopers bijvoorbeeld) nog niets aan vergoeding gezien hebben, met uitzondering van een voedselpakket, betaald door de Koning. Niettemin zal ook voor hun bij het weer op gang komen van het toerisme de situatie ook wel verbeteren.
In Indonesië is nog bitter weinig aan wederopbouw gebeurd. En wat er nieuw gebouwd is met geld uit het buitenland is van een – zacht gezegd – matige kwaliteit. Hulporganisaties kunnen daarover niet vrijuit praten in de tv uitzendingen, maar ik meen wel begrepen te hebben dat de noodzakelijke ambtelijke werkzaamheden (een modern eufemisme voor corruptie) vertragend werken.
Wat er wel te zien is geweest heeft voor mij, als leek, duidelijk gemaakt dat de zwaar getroffen gebieden in Indonesië de komende jaren, en misschien wel decennia, niet herbouwd zullen worden. Grote stukken land staan nog steeds onder water en de droge gebieden zien er nog net zo uit als vlak na de tsunami. Veel bewoners zijn dan ook naar andere gebieden getrokken. In Sri Lanka en India is het al niet veel beter gesteld.
Het is daarom niet zo verwonderlijk dat er van de ruim 200 miljoen euro die wij met ons allen bij elkaar hebben gebracht nog maar een klein gedeelte (de meeste optimistische schatting is de helft) is uitgegeven. Er kan eenvoudig niet gebouwd worden omdat er geen vergunningen, overdrachten van stukken land, en ga zo maar door zijn. En net als is Thailand is er in alle getroffen landen een hoge prioriteit voor de herbouw van toeristische gebieden. En wat individuele financiële hulp betreft kun ja natuurlijk niet gewoon geld gaan ronddelen. Je moet eerst een goede inventaris hebben. Ook daar heb je de plaatselijke autoriteiten voor nodig.
Je wordt er een beetje moedeloos van. Er is een natuurramp van ongekende omvang geweest, en de internationale hulporganisaties kunnen hun werk niet of slechts zeer langzaam doen, hoofdzakelijke omdat er te veel 'papierwerk' moet gebeuren. Maar dart 'papierwerk' gebeurt niet. Hebben we al dat geld nu voor niets gegeven? Ik hoop het niet. Het staat veilig op Nederlandse banken en het groeit daar nog wat aan. Als er uiteindelijk toch gebieden worden drooggelegd en herbouwd, ook al duurt dat nog een aantal jaren is ons geld niet voor niets gegeven. Het ligt niet aan de hulporganisaties dat het zo langzaam gaat.
