[Vorige: "De notaris"] [Volgende: "Reuzenpanda's"]
09/30/2005: "Mobiele telefonie"
Tegenwoordig heeft iedereen een mobiele telefoon en we vinden dat de normaalste zaak van de wereld, inclusief het ongemak en de ergernis die dit wonder van moderne techniek met zich meebrengt. Ik vind het bijvoorbeeld behoorlijk hinderlijk wanneer mensen in de supermarkt hun inkopen doen, en tegelijkertijd thuis melden bij welk vak ze nu staan. Even hinderlijk zijn de gesprekken in de trein, waarbij allerlei intimiteiten of - bij andere telefooneerders – onbenulligheden rondgebazuind worden. Kon je vroeger nog wel eens eerste klas reizen om verlost te zijn van het getelefoneer, nu is dat geen oplossing meer.
Kortom, we moeten leren leven met de lusten en de lasten van de mobiele telefoon. Ik behoor tot de groep die alleen gebruikt maakt van mijn GSM wanneer het echt nodig is, bijvoorbeeld wanneer ik vertraagd ben. En ik word ook alleen mobiel opgebeld wanneer er iets bijzonders aan de hand is. Maar ik maak wel driftig gebruik om via GPRS mobiel te internetten. Daar hinder je niemand mee en het is leuk.
Wanneer ik al mobiele getelefoneer om mij heen zie (en helaas vaak ook hoor) realiseer ik me soms weer dat wij er in Nederland vrij laat bij waren. Wanneer u deze columns vaker gelezen hebt weet u dat ik regelmatig in Thailand kom. Daar heb ik mobiele telefonie voor het eerst gezien, en wel toen wij er in Nederland nog in de verste verte niet van gehoord hadden, en de KPN alleen nog aan vaste telefonie deed, en daar een monopolie op had. Ik schat dat dit ongeveer 15 jaar geleden is.
Toen ik voor het eerst mannen met – toen - gigantische, alleen in naam mobiele, telefoons aan hun zij zag, wist ik niet wat ik daarvan moest denken. Wanneer ik in een restaurantje zat te eten, zaten daar belangrijk doende mannen met hun telefoontoestellen, en wanneer ze niet opgebeld werden, gingen ze zelf opbellen. Zo zag ik voor het eerst een van de hinderlijkste gewoontes van de mobiele telefonist: onder het eten in een restaurant gaan bellen.
Ik verdacht er toen sommige mannen van (want het waren toen alleen mannen) dat ze, wanner ze zelf niet gebeld werden, elkaar gingen bellen. En zo zaten deze Thaise mannen tegen elkaar te praten door hun statussymbolen, terwijl hun vrouwen zich eraan zaten te ergeren.
Denkt u dus niet dat wij er in Nederland altijd eerder bij zijn dan de bewoners van een ontwikkelingsland!
Het valt mij trouwens regelmatig op dat er in Thailand allerlei nieuwigheden te zien zijn, die hier pas maanden of jaren later komen. Om bij de telefonie te blijven: GPRS-netwerken waren er in Thailand al toen wij nog niet wisten waar die letters voor stonden. En de allernieuwste mobieltjes waren daar vorig jaar al te koop.
En om eens iets heel anders te neomen: Wat dacht u van een kleine pasfoto op een creditcard? Dat maakt misbruik al een stuk moeilijker. Hier blijven we maar denken wat we aan de veiligheid van creditcards kunnen doen. Daar hebben ze al geruime tijd hun pasfoto erop.
Ik wil maar zeggen dat wij in Nederland echt niet hoeven te denken dat wij voorop lopen. In Azië zijn ze er in de meeste gevallen eerder bij met gadgets en andere leuke dingen voor de mensen!
